Hoe een weekje zon en het daaropvolgende grijze lenteweer op het gemoed van mensen werkt! Door zelf enkele jaren onder de zuiderse zon te leven, heb ik ondervonden wat het klimaat kan doen met een gemiddelde mens. Het zonnetje: een mens zou er, net als Pietro Mascagni, lyrisch over worden…


Ik leerde Mascagni kennen dank zij Giovanna, de moeder van toenmalige vriend en collega Lorenzo. Ze was een tweede (of eerste?) moeder voor me. Omdat ik verliefd moest worden op de Italiaanse keuken, nodigde ze me keer op keer uit op overdadige maar waanzinnig lekkere soupers. Daarbij sleepte Giovanna vastberaden meisjes aan, die “toevallig” op bezoek waren. Dochters van vrienden en kennissen, zelfs nichtjes werden uit alle uithoeken van het grote schiereiland aangevoerd, tot grote schaamte van zoon Lorenzo, maar ik moest en zou een Italiaanse vrouw kiezen. En telkens wanneer ze haar voordeurtje met een brede glimlach voor me open deed en me innig omhelsde en kuste, lagen er keurig uit de krant geknipte jobadvertenties klaar, want om er te wonen moest ik er uiteraard ook werken.
Op een warme septemberavond pikte ik haar op aan haar huisje in de Via Mascagni. Ze had al jaren een abonnement voor twee in het Teatro Comunale, maar haar man interesseerde zich voor geen metrum in muziek en Lorenzo wilde al lang niet meer met zijn moeder op stap. Uitstapjes met mij naar de opera pasten dan ook volledig in haar uitgekookte strategie om mij – liefdevol maar met zachte aandrang – voorgoed te verankeren in haar vaderland. Ze was uitgelaten en bovendien uitgedost alsof naar ze naar een galabal ging, de grijze haren opgestoken. Terwijl we samen slenterden onder de portici van de Via Zamboni, legde ze haar arm in de mijne. Haar stralende grote ogen, die naar me lachten, vormden de enige overgebleven glimp van de zuiderse schoonheid die ze ooit was.
Nadat de lichten van het theater al lang gedimd waren en de hymne van de zon weerklonken had, hoorde ik in Apri la tua finestra voor het eerst waarom Mascagni het grootste muzikale genie is dat Italië ooit heeft voorgebracht. Zoals in alle sterke theatermuziek vielen er aan het einde van het stuk lijken: toen hoofdpersonage Iris er het leven bij inschoot, legde Giovanna haar hand op de mijne. Ze keek glunderend in mijn waterige oogjes. “Mission accomplie”, las ik er in. In het Frans uiteraard, want hoewel ik altijd mijn beste Bolognese accent boven proberen te halen, wilde ze steevast uitpakken met haar kennis van de taal die de mijne ook niet was.
Giovanna’s snode plan is uiteindelijk niet gelukt, daar stak een andere Iris een stokje voor, maar de zon heeft me wel veranderd. En de liefde voor Mascagni is gebleven. Iris wordt nog zelden uitgevoerd, het verhaal is te dun en de enscenering van het symbolistische werk veel te moeilijk. De muziek is eigenzinnig en betoverend, uit de veel te losse pols van een koppig genie dat weigerde toe te geven aan de hordes fans die hij met Cavalleria Rusticana stormachtig veroverd had. Ik kocht enkele jaren geleden de uitvoering met Placido Domingo, gewoon omdat hij Apri la tua finestra zo viriel en magistraal zingt. De aria heeft niet meer nodig dan een simpele harpbegeleiding.


Ik vind overigens dat iedere scholier of student zou moeten verplicht worden om minstens een half jaar in het buitenland te verblijven. Dat mag ook in het koude en donkere noorden voor mijn part, maar gewoon om alleen gedropt worden in een andere cultuur met mensen die een vreemde taal spreken. De blik van een gemiddeld mens zou er alleszins opener van worden en minder grijs. Lang leve de zon!

and now the end is near

december 11, 2008

Na een woest gevecht met een 3,5m hoge kerstboom (I won!), begin ik me te realiseren dat het einde van mijn sabbatical nu toch wel begint te naderen. Enigszins tevreden over het resultaat: twee boeken, vier artikels, een symposium, twee lezingen, een goedgekeurd sessievoorstel voor Leeds 2009, een opzet voor een ambitieus nieuw boek en massa’s en massa’s ideeën. Eigenlijk heb ik in retrospect berehard gewerkt, enkel het wc-boek ligt nog steeds onderaan in de schuif te bestoffen. Helaas is het werk in huis door de nekproblemen  – tegen de hooggespannen verwachtingen in – nogal mager uitgevallen.

Soms maakten kleine en grote voorvalletjes mijn dag.  Zoals de natte avonturen met Undine, Ulla en Steffie, thuis gewoon onder het zomerzonnetje luieren met een boek in de ligstoel, wandtapijten bekijken in Gent, een bezoek aan de Selexyz in Maastricht, te gekke concerten meemaken (ah, muziek!),  in een Brussels of Leuvens café met een koffietje rustig de krant lezen,  … Of die dag met monsterfiles, toen er een vrachtwagen de hele E19 blokkeerde en in Wemmel een andere tientonner het verkeer op de Brusselse ring stremde, en ik – op weg naar Brugge – in élke ochtendfile terecht kwam die ook maar zou kunnen ontstaan. Ik keek verbijsterd om me heen en vroeg me af wáár we in godes naam mee bezig zijn hier, terwijl ik (nog niet zo lang geleden) mij zelf gigantisch zat op te naaien in het verkeer.

Genoten heb ik ervan. Ik heb geweldig leuke mensen ontmoet en (spijtig genoeg) geweldig leuke mensen niet ontmoet, maar ik maak me wijs dat dat voor het grootste stuk aan hen ligt.

Ik zucht hoe langer hoe meewariger wanneer mensen zich over van alles en nog wat druk beginnen maken, vooral over hun werk eigenlijk. It’s only a fucking job, puh-lease!

Het enige waar ik nog niet uit ben, is wat de toekomst professioneel moet brengen. We zien wel… Er is nog onzekerheid en als er nog sprake is van stretch, is het keuzestretch. De batterijen zijn alleszins opnieuw opgeladen en de goesting is er terug. Dus ik kan het allemaal met zachte aandrang en kinderlijke vreugde aanraden aan iedereen. Zoals de wijze Lama ooit zei: “Het leven is te kort om dingen te doen die je niet wilt doen.” “Regel het.” “Get it done!”. “This is your wake up call!”.

laat me

december 6, 2008

wortels zijn groenten

juli 29, 2008

In het fruit, daar liggen ze.

hai

juli 20, 2008

Geschiedenis is ons verleden, maar ook onze toekomst. Het verleden en de toekomst zijn gewoon dezelfde plaats op verschillende tijdstippen. We own digitality baby.